|
De bustrip
Met een grote dosis prut in mijn ooghoeken word ik wakker. Ik merk op dat de deur van mijn slaapkamer open staat. Hierdoor weet ik dat het al na tienen is, minstens een van mijn ouders thuis is en dat ze me uit het bed willen jagen met behulp van dat vervloekte felle licht.
Ik grijp meteen naar mijn telefoontje. Vijf na tien en een twee nieuwe berichten. Zalig. Het eerste dat ik open is fucking klote reclame van een van die neo-liberalistische providers. Alsof het mij een reet kan schelen wat ik kan winnen door een strontduur berichtje te verzenden naar een vier-cijferig telefoonnummer. Verwijderd. Volgende. Van de Ludo! Er is weer een feestje, een verjaardagsfeestje deze keer. Hij vraagt me of ik wat drank kan gaan halen in den Delhaize. Geen probleem.
Vijf uur en een bezoekje aan het grootwarenhuis later, neem ik weer de bus huiswaarts. Aan de bushalte aan het station stappen weer heel wat individuen op. Dat het individuen en geen groepen zijn, is typisch voor een pendelstad als Pendelum. Iedereen moet wel op een eigen manier, een eigen route doorreizen naar de volgende bestemming, de toekomst. Mijn positie is vanachter in de bus aan de zonkant. Op mijn schoot een zwaargeladen trekkersrugzak van Jack Wolfskin en naast mij een mooi meisje. Ja, ook ik vraag me af waarom nu net niet omgekeerd. Maar soit, er stappen dus heel wat mensen op. De cool-guys natuurlijk eerst, dan de kleine kinderen gevolgd door de jongvolwassenen en de rest. Een koppel uit, ik gok Scandinavië, bezet met twee gedrochten van belachelijk lelijke reiskoffers vier zitjes. Of ze zijn blind voor de drukte of ze zijn gigantisch egocentrisch ingesteld. Voor me komt een kereltje zitten die vermoedelijk over drie weken zijn eerste natte droom gaat krijgen. Met een glunderend gelaat, of toch dat denk ik want hij zit voor mij met zijn hoofd vooruit starend en ik kan dus niet aanschouwen welke blik ie de wereld gunt, betast hij het nog niet geopende zakje Dornitos Cheese. Kennelijk is dat niet zijn eerste die hij zo meteen gaat verorberen. Eens de bus overvol is en eens de eerste sterke geurtjes opspoorbaar zijn voor mijn uiterst gevoelige neushaartjes, vertrekt ze richting waar ze altijd naar toe gaat. Geërgerd door meer dan op te noemen valt, herzet ik even de rugzak zodat mijn voeten terug van wat vers bloed kunnen genieten. Een man passeert mijn beeldschone buurvrouw en merkt ietwat verderop het allerlaatste vrije stoeltje op dat verstopt zit onder heel wat tassen. De eigenares van die troep lijkt zich meteen schuldig te voelen, excuseert zich bij de man en plaatst heel gehaast de zakjes onder haar eigen zitje. De goedlachse man neemt een vredevolle houding aan en zegt: “da’s niets mevrouw! Neem gerust even wat tijd, ik kan wel wachten”. Het maakt me stil vanbinnen, en voel me plots bevrijd van alle ergernis |
|